S.S. Normandie

Na het bouwen van de romp van de “Normandie” op 1/200 nu al enkele jaren geleden besloten we dit prachtige passagierschip uiteindelijk eens verder af te bouwen.De romp in plank on frame was toen bestukt met een duizendtal koperen huidplaatjes die met tonnen Zap op de buitenbeplanking werden gelijmd door Yves. 

De vrees dat het werk niet waterdicht zou zijn werd bevestigd tijdens een waterlijntest. Ook bleek dat er een probleem was met de stabiliteit en waterlijn rekening houdend met het gewicht van de inbouw en de bovenbouw. 

De overblijvende mogelijkheden waren:

  • een statisch model,
  • F7,
  • een zwaard met de ogenblikellijke reaktie van NO WAY
  • de lange weg van een gietvorm. 

Na de bouw van de Melvin(Kidd)en de Bramble dit jaar besloten we dan een gietvorm te maken van de Normandie.  Vóór het vertrek van Yves midden mei hadden we nog aan de bovenbouw verder gewerkt tot de kriebels om te vertrekken op zee te groot waren geworden.  Mijn opdracht luidde: ge doet toch voort hé pa tijdens mijn vier maanden afwezigheid!!!

De mal

Verder aan de bovenbouw werken werd moeilijk in het vooruitzicht van het maken van de gietvorm.  Na wat gepeins werd het duidelijk dat er twee halve rompgietsels moesten gemaakt worden om de vorm van de boeg te kunnen ontmallen.  De romp werd op 2 halve planken gelegd. Deze bodemplaten volgde de vorm van de romp zodat we een omboord hadden bij het mallen. Dit gaf ons ook als voordeel dat we tijdens het ontmallen makkelijer eraan konden werken.De basisplank was anderhalve centimeter breder dan de romp.

Beide halve bodemplaten werden dan voorzien van twee kopflenzen als draagstruktuur voor de beide mallen.  Nu hadden we een basis voor de linker- en de rechterhelft. Centraal werd eer een langsflens werd gemaakt die zo precies mogelijk werd aangepast aan de rompvorm.  Dit kostte een ganse dag werk!  Deze flens werd verstevigd met een langslat en aan de flenzen van de rechtermal gelijmd met het lijmpistool.  Alle kieren werden dan met plasticine gedicht (wie had gedacht dat we daar terug mee zouden spelen)

Tenslotte werd de flens nog ondersteund door een stevige kleefband. Vermits de romp aan de achtersteven in trappen(dekken) naar beneden loopt moest er ook nog een opvulplaat gemaakt worden om de mal te sluiten. Besloten werd het papwerk in de club te doen. Kurt rukte aan met harsen,balans,weefsel,handschoenen en borstels en ik vond ook nog een overschot weefsel dat had gediend voor het bestukken van de romp van en een containerschip dat ook nog is moet afgewerkt worden!!

Het werk

De speedcoat voor het epoxyweefsel werd afgewogen a ratio 7 delen hars en 3 delen verharder en gemengd met zwart pigment(om later bij het gieten van de romp een visuele controle te hebben dat het doorschijnend natte weefsel goed tegen de mal is gedrukt zonder luchtbellen).  Vooreerst werd de romphelft met losmiddelwas in drie sneldrogende lagen behandeld om tenslotte nog is ingestreken te worden met een losmiddelfilm.  De geprepareerde speedcoat werd dan uitgestrekeen op romp en alle flenzen en het voorgesneden epoxyweefsel van 80 gram(grote treksterkte en soepelheid)werd dan met kort afgesneden borstels in het hars gedopt.  Waar nodig werden er insnijdingen gemaakt om geen plooien en luchtbellen te vormen.  De temperatuur was ideaal en binnen de 24 h werden de twee volgende lagen gelegd in een ander hars met een mengsel a ratio van 4 delen hars en 1 deel verharder.  .De derde laag bestond uit een dikkere opvulmat. Per laag werd er ongeveer 100 gr. mengsel gemaakt voor de 1,6 m lange romp.